Veel platform teams schalen hun probleem in plaats van hun oplossing. Meer engineers. Meer tools. Meer runbooks. Meer documentatie. Het team groeit, de backlog groeit mee. De complexiteit stapelt zich op.
En ondertussen blijft de fundamentele vraag onbeantwoord: waarom gaat delivery niet sneller, ondanks alle extra mensen en tools?
Kijk eens naar hoe de meeste teams hun werk doen: een taak komt binnen, een engineer klikt, configureert, documenteert. En dan opnieuw. En opnieuw.
De mens is de control loop. Dat werkte misschien nog in een datacenter met tien servers of één Azure landing zone. Maar de meeste organisaties beheren meerdere clouds, tientallen clusters, honderden workloads. De complexiteit explodeert. En de oplossing? Meer mensen toevoegen aan dezelfde cyclus.
Dat is geen oplossing. Dat is het schalen van je bottleneck.
In de cyclus van klikken, configureren en documenteren: welke stap gaat het eerst mis?
Het antwoord is vrijwel altijd documenteren. Onder druk raakt dit ondergesneeuwd, wordt onvolledig uitgevoerd of vergeten. Maar eerlijk: elke stap kan falen. De echte vraag is: hoe lang duurt het voordat je het merkt?
Antwoorden variëren van “een paar dagen” tot “wanneer het stuk gaat.” Dat is niet houdbaar.
Er is een andere manier. De kern past in één zin: Definieer het wat, niet het hoe.
Dat is declaratief werken. In plaats van scripts die stappen uitvoeren, beschrijf je de gewenste uitkomst. Niet de mens als control loop, maar het systeem.
Kubernetes is een goed voorbeeld: je zegt niet 'start drie pods', maar je zegt 'er moeten drie pods draaien.' Als er één crasht, geen ticket. Het systeem ziet de afwijking tussen gewenste staat en werkelijke staat, en herstelt automatisch.
Allemaal gedeclareerd. Allemaal geversioneerd in Git. Allemaal continu gereconcilieerd. Git wordt je source of truth. De machine wordt je control loop. Niet voor één cluster of één cloud, maar voor alles.
Het systeem detecteert drift. Als de werkelijkheid afwijkt van de gedeclareerde staat, wordt dat automatisch hersteld. Geen ticket, geen telefoontje, geen nachtelijke alarmen.
Developers helpen zichzelf met veilige templates en ingebouwde guardrails. Ze kunnen niets fout doen, want de definities staan het niet toe. Wat vroeger twee weken duurde, kost nu minuten.
Dit vraagt om een ecosysteem van samenwerkende tools. Platforms voor container orchestration en multi-cluster management. Automation voor provisioning en configuratie. Observability om te valideren dat de werkelijkheid overeenkomt met de intentie. Developer portals voor self-service.
Veel bewegende delen. Maar het punt is niet de tools. Het punt is dat ze dezelfde taal spreken: declaratief, git-driven, geautomatiseerd.
Niet met tools. Het begint in je hoofd.
Definieer het wat, niet het hoe. Stop met scripts die stappen uitvoeren. Beschrijf de gewenste uitkomst.
Succes zit niet in tools, maar in principes en consistentie. Het maakt niet uit welke tools je kiest, zolang het principe overal hetzelfde is.
Culture eats YAML for breakfast. Je kunt de mooiste declaratieve configuratie hebben, maar als je team blijft klikken in portals, verandert er niets.
Begin klein. Kies een stuk van je landschap dat pijn doet, maar beheersbaar is. Declareer de gewenste staat. Automatiseer de reconciliatie. Meet hoe snel je afwijkingen detecteert. Werkt het? Breid uit.
Conclusion Xforce helpt organisaties bij het ontwerpen van deze reis: architectuur, toolingkeuzes, de organisatieverandering die erbij hoort. Van strategie tot implementatie. Wil je weten hoe dit er voor jouw organisatie uit kan zien? Neem contact met ons op.
CTO